De toekomst voorspellen is niet de kunst

Erop kunnen handelen wel

Transformatie | Corporate


Leestijd: 5 minuten

Opinie, Onderzoek

Bestuurders beschikken over meer informatie over de toekomst dan ooit. Trendrapporten, scenario’s, data en AI maken het steeds eenvoudiger om mogelijke ontwikkelingen vroeg te signaleren. Toch worden organisaties daar niet automatisch toekomstbestendiger van. De werkelijke uitdaging begint ná het zien aankomen van verandering: kan de organisatie er ook naar handelen?


De toekomst komt zelden volledig onverwacht

Disruptie wordt achteraf graag beschreven als iets dat plotseling gebeurde. Een nieuwe technologie breekt door. Klantgedrag verandert. Een businessmodel verliest zijn kracht. Een onverwachte concurrent betreedt de markt.

Maar veel fundamentele veranderingen kondigen zich eerder aan. Niet noodzakelijk als zekerheid, maar als zwakke signalen, verschuivende patronen en verschillende denkbare toekomstscenario’s.

Daarom investeren organisaties in trendonderzoek, scenarioanalyse, marktverkenning en strategische foresight. Met de snelle ontwikkeling van AI wordt bovendien steeds meer informatie toegankelijk en analyseerbaar. Dat vergroot ons vermogen om te kijken. Maar kijken is nog geen bewegen.

Daarmee ontstaat een fundamentelere bestuurlijke vraag: wat gebeurt er eigenlijk tussen het waarnemen van verandering en het vermogen daar succesvol op te reageren?


"De toekomst vroeg zien heeft weinig waarde als de organisatie te laat in beweging komt."

Vooruitkijken is een organisatievermogen

Een recente studie biedt daarvoor een interessant perspectief. De onderzoekers analyseerden bij 542 managers, bestuurders, innovatiespecialisten en strategische professionals in middelgrote en grote Canadese organisaties de relaties tussen strategic foresight capability, dynamic capabilities, organizational resilience, innovation speed en organisatieprestaties.

Strategic foresight wordt daarbij niet simpelweg opgevat als voorspellen wat er gaat gebeuren. Het gaat om een systematisch organisatievermogen om toekomstige ontwikkelingen te verkennen en relevante veranderingen vroegtijdig te herkennen.

Dat onderscheid is belangrijk. Een trendrapport kun je inkopen. Een toekomstverkenning kun je laten uitvoeren. Maar het vermogen om nieuwe signalen voortdurend op te pikken, gezamenlijk betekenis te geven en ze onderdeel te maken van strategische keuzes, moet in de organisatie zelf worden ontwikkeld.

Juist daar wordt toekomstverkenning interessant voor bestuurders. Niet als jaarlijkse exercitie naast de strategie, maar als onderdeel van het vermogen van een organisatie om relevant te blijven.


Zien wat verandert is pas het begin

Het onderzoek laat sterke positieve samenhangen zien tussen strategic foresight en wat in de strategieliteratuur dynamic capabilities worden genoemd: het vermogen van organisaties om competenties en middelen aan te passen en opnieuw te configureren wanneer de omgeving verandert. Strategic foresight hing daarnaast positief samen met organisatorische veerkracht en, in beperktere mate, rechtstreeks met organisatieprestaties.

Vooral die samenhang is interessant. Wie relevante ontwikkelingen vroeg waarneemt, heeft daarmee nog geen antwoord geformuleerd. Een organisatie moet vervolgens middelen kunnen verschuiven, bestaande routines ter discussie kunnen stellen, competenties ontwikkelen en soms afscheid nemen van structuren die in het verleden succesvol waren.

Daar ligt een bekende bestuurlijke paradox. Organisaties zijn doorgaans ingericht om hun huidige activiteiten betrouwbaar uit te voeren. Processen, verantwoordelijkheden, KPI’s, budgetten en besluitvorming zijn juist bedoeld om voorspelbaarheid te creëren. Maar precies die stabiliteit kan een belemmering worden wanneer de omgeving iets fundamenteel anders vraagt.


"Wat een organisatie vandaag betrouwbaar maakt, kan haar morgen minder veranderbaar maken."

Strategische alertheid zonder verandervermogen creëert dan vooral één ding: een steeds scherper beeld van een toekomst waarop de organisatie onvoldoende is voorbereid.


Snelheid ontstaat niet door harder te rennen

Een tweede relevante bevinding betreft innovatiesnelheid. Binnen het onderzochte model hangen dynamic capabilities sterk samen met de snelheid waarmee organisaties kunnen innoveren. Ook organisatorische veerkracht vertoont daarmee een positieve relatie. Innovatiesnelheid was vervolgens binnen het model de sterkste directe voorspeller van organisatieprestaties. Dat geeft een andere betekenis aan snelheid.

Innovatiesnelheid gaat vanuit dit perspectief niet primair over harder werken, meer innovatieprojecten starten of kortere deadlines stellen. Snelheid ontstaat mede doordat een organisatie in staat is middelen te herconfigureren en onder onzekerheid te blijven functioneren. Dat maakt snelheid eerder een uitkomst van organisatievermogen dan een managementdoel op zichzelf.

Voor bestuurders is dat een wezenlijk verschil. Wie innovatie wil versnellen, kan druk zetten op projecten. Maar wanneer trage besluitvorming, starre budgettering, gevestigde belangen of moeilijk verplaatsbare capaciteit de werkelijke blokkades vormen, versnelt vooral de frustratie.


Van waarnemen naar vernieuwen en transformeren

Hier raakt het onderzoek sterk aan een breder perspectief op duurzaam organisatiesucces.

Innovatievermogen begint met het waarnemen van relevante ontwikkelingen en veranderende behoeften, maar krijgt pas betekenis wanneer die inzichten worden vertaald naar vernieuwing.

Transformatievermogen wordt belangrijk zodra die vernieuwing niet meer binnen de bestaande organisatie past. Dan volstaat een nieuw product, experiment of project niet. Middelen, competenties, processen en soms zelfs de logica van de organisatie moeten mee veranderen.

De interessante gedachte is daarom niet dat organisaties afzonderlijk goed moeten zijn in vooruitkijken, innoveren óf transformeren. De kracht zit in de verbinding ertussen.


"Relevantie ontstaat wanneer waarnemen, vernieuwen en veranderen één doorgaande beweging worden."

Alliantiekracht vormt binnen ons perspectief een derde vermogen: samen met andere partijen waarde creëren die zelfstandig moeilijker realiseerbaar is. Deze studie onderzoekt samenwerking of ecosystemen echter niet als afzonderlijke capability. Het zou daarom te ver gaan de resultaten ook als empirische ondersteuning daarvan te presenteren.


Van foresight naar foresight-to-action

Voor organisaties die over vijf of tien jaar nog relevant willen zijn, ligt hier wellicht een belangrijker vraagstuk dan nóg betere toekomstvoorspellingen.

Onze interpretatie is dat de onderscheidende factor steeds minder alleen zal liggen in het beschikken over informatie. AI maakt analyse toegankelijker en ontwikkelingen worden door steeds meer partijen tegelijkertijd gevolgd. De strategische vraag verschuift daardoor naar het vermogen om signalen sneller te vertalen naar handelen.

Dat vraagt om een organisatie waarin toekomstverkenning niet eindigt bij een strategiedocument. Signalen moeten keuzes kunnen beïnvloeden. Keuzes moeten middelen kunnen verplaatsen. Experimenten moeten kunnen uitgroeien tot nieuwe activiteiten. En wanneer de omgeving fundamenteel verandert, moet ook de organisatie zelf kunnen veranderen.

Daarbij is nuance nodig. Het onderzoek is cross-sectioneel en gebaseerd op zelfgerapporteerde gegevens van respondenten in Canada. De gevonden relaties geven daarmee geen hard bewijs voor causaliteit en zijn niet zonder meer naar iedere sector of nationale context te generaliseren. Wel ondersteunt het onderzochte model de gedachte dat foresight, aanpassingsvermogen, veerkracht en innovatiesnelheid niet los van elkaar functioneren.


Een vraag voor de bestuurskamer

Misschien is daarom niet “Hebben wij voldoende zicht op de toekomst?” de interessantste vraag.

Vraag liever:

  • Welke ontwikkelingen zien wij al, maar vertalen we nog onvoldoende naar besluiten?
  • Hoe snel kunnen we mensen, middelen en aandacht verschuiven wanneer een nieuwe richting nodig blijkt?
  • Waar beschermen onze huidige structuren vooral het bestaande?
  • En welke signalen zouden vandaag aanleiding moeten zijn om niet alleen onze strategie, maar ook onze organisatie ter discussie te stellen?

Strategische foresight krijgt pas waarde wanneer waarnemen leidt tot vernieuwen — en vernieuwen, waar nodig, tot transformeren. Daar begint toekomstbestendigheid. Een relevant gesprek voor iedere bestuurskamer die verder wil kijken dan de volgende strategische cyclus.

 

Wetenschappelijke bron
Nowak, K., McKenzie, O., & Papadakis, D. (2026). Strategic Foresight Capability, Dynamic Capabilities, Organizational Resilience, Innovation Speed, and Firm Performance: Testing a Structural Equation Model. International Journal of Innovation Management and Organizational Behavior.

Lees ook:

Let's connect minds!

Heb je te maken met een complex vraagstuk? Kun je wel een nieuw perspectief gebruiken? Zoek je samenwerking bij het optuigen of doorontwikkelen van een nieuw initiatief? Laat het ons weten, we denken graag met je mee.

ONZE OPLOSSINGEN

Hoe ImpactMinds kan helpen

✕

Hoe kunnen we je helpen?

Vul alle velden in:

    Deze website wordt beschermd door reCAPTCHA. Het privacybeleid en de servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.

    ✕

    Word netwerkpartner

    Vul alle velden in:







      Deze website wordt beschermd door reCAPTCHA. Het privacybeleid en de servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.

      ✕

      Aanvraag: ImpactNext Executive guide

      Vul alle velden in:





        Deze website wordt beschermd door reCAPTCHA. Het privacybeleid en de servicevoorwaarden van Google zijn van toepassing.